Leren en leeractiviteiten bij wendbaar gebruik
De vorm van leren in deze professionaliseringstaak noemen Ebbens en Ettekoven Actief leren. Het accent komt daarmee op Leren op wendbaar gebruik en minder op Leren gericht op beheersing.
Bron:
Ebbens, S. & Ettekoven, S. (2013a). Actief leren, bronnenboek. Groningen: Wolters-Noordhoff.
Ebbens en Ettekoven benoemen een leertheorie die uitgaat van drie functies van leren, met vier bijbehorende leeractiviteiten.
Leren gericht op wendbaar gebruik: creatief toepassen
Leren gericht op beklijving: integreren
Leren gericht op beheersing: onthouden en begrijpen
1
Leren gericht op beheersing. Het aanleren van feiten en begrippen, het begrijpen van feiten en begrippen en het beheersen van vaardigheden. De twee leeractiviteiten van leerlingen die gericht zijn op beheersing van het geleerde zijn ‘onthouden’ en ‘begrijpen’. Bij vaardigheden gaat het om doen.
2
Leren gericht op beklijving. Onder beklijven verstaan we nieuwe kennis koppelen aan reeds bestaande voorkennis, zodat er tussen beide een (actieve) verbinding ontstaat. De leerling moet daartoe eerst de voorkennis activeren en daarna de gekoppelde kennis opslaan. De leeractiviteit van leerlingen die gericht is op beklijving van het geleerde is ‘integreren’.
3
Leren gericht op wendbaar gebruik. Hierbij staat (creatieve) toepassing van het geleerde centraal. Het gaat er hierbij om dat de leerling het geleerde in een nieuwe situatie, een andere context, kan inzetten; ook als de docent daar niet bij is. De leeractiviteit van leerlingen die gericht is op wendbaar gebruik is ‘creatief toepassen’
​
​