Ontwerpen van realistische en betekenisvolle leeromgevingen en activerende didactiek.
Thema
Leren gericht op beheersing
Leren gericht op wendbaar gebruik
Leerdoelen
Doelen zijn vastgesteld door leraar of beschreven in lesmethode.
De leerlingen kunnen ook zelf specifieke leerdoelen voor opdracht/onderdeel bepalen. (Binnen het vastgestelde algemene doel).
Omvang en openheid van de taak
Korte gesloten opdrachten; beperkte omvang en beperkt in tijd. Antwoorden en/of oplossingen zijn eenduidig en worden meestal klassikaal besproken.
Opdracht is meer open en omvangrijk en wordt (deels) door de leerling geformuleerd. Er zijn meerdere oplossingen (antwoorden) mogelijk.
Gericht op inhoud/proces
(cognitie/meta-cognitie)
Gericht op inhoud van de opdracht: kennis en vaardigheden (cognitie).
Het geleerde kan worden toegepast in de context waarin het is aangeleerd.
Naast de gerichtheid op inhoud (cognitie) wordt ook gekeken naar leerproces (metacognitie).
Het geleerde kan ook in een andere situatie/context worden toegepast dan waarin het is aangeleerd.
Rol docent
Leraar (lesmethode) bepaalt: inhoud, waar, wanneer, volgorde en aanpak.
Leraar bepaalt de algemene leerdoelen.
Leraar gaat van aanbodgericht naar vraaggericht onderwijs. De leraar heeft ook een coachende rol.
Rol leerling
De leerling doet wat gevraagd is.
De leerling doet op zelfgekozen wijze wat gevraagd is.
De leerlingen bepalen: inhoud, waar, wanneer, volgorde, aanpak, leerdoelen.
(Passend binnen de algemene doelen).
De leerling bepaalt zelf wat nodig is om doel te realiseren en voert dit uit.
Beoordeling / Feedback
Beoordeling op leerinhoud, Geen of nauwelijks feedback.
Feedback op leerproces, de aanpak én op de inhoud. Zelfevaluatie door leerling. Ook peerbeoordeling.
Reflectie
Geen reflectie, of alleen reflectie op leerresultaat.
Reflectie op leerresultaat én leerproces.
Vakgebied
De leraar werkt exclusief vanuit eigen vak. (Vaksectie).
Leraren werken in teamverband samen aan relaties tussen vakken: vakverbonden of vakoverstijgend.